Yves Bondue @ Blankaart - foto: Eveline Follet, 2019

Bio

Het woord vertelt wat de muziek kan raken
met het hart, en op het toneel komt dat alles
in samenhang tot leven. De podiumkunst is,
meer dan wat ook ter wereld, het gemeenschappelijke
biotoop van de handen,
de geest en
het hart.

Musicus

 
Ooit leek het erop dat muziek niet voor mij was weggelegd. Althans niet op academisch of gestructureerd niveau. Mijn eerste muzikale heldendaden voltrokken zich rond een buffetpiano die in mijn kindertijd toevallig in de huiskamer belandde. Klavierspelen en meedirigeren met de plaat waren veeleer theaterexperimenten om de foto op een platenhoes te imiteren dan werkelijke muzikaliteit.

Na een parcours van autodidactisch pianospel thuis en bastuba in de schoolharmonie leerde ik, zoals iedereen tussen zijn 15de en 18de, gitaar spelen bij het Chirokampvuur en was het zangkoor van Vlamertinge verheugd zijn jongste lid ooit te mogen verwelkomen.

Gaandeweg en met vallen en opstaan leerde ik de harmonische complexiteit kennen die achter de zwarte en witte toetsen verborgen zit. Wat uit de radio of de huiskamerplatenkast kwam (van Tino Rossi over Urbanus, Black Sabbat en Pink Floyd tot pianoconcerto’s van Mozart), kreeg betekenis. Het hielp mijn ontwikkeling tot de beroepsmusicus die ik vele jaren daarna ben geworden.

Op mijn twintigste werkte ik in een paar jaar tijd alle mogelijke notenleer en de basis van harmonie en contrapunt op academieniveau af, zodat ik mijn prille experimenten tot componeren kon voorzien van interessantere ritmes, toonaarden en modulaties dan voordien. Dat resulteerde in het schrijven van een eerste strijkkwartet (1989) en werk voor pianosolo. Ik ging een paar jaar viool studeren om het instrument beter te leren kennen en verdiepte me in orchestratie. Tot ongeveer 2007 schreef ik voornamelijk kamermuziek voor viool, cello en strijkers, klarinet, viool en fluit maar ook werk voor orgel en een paar creaties voor groot harmonieorkest. En dat werd opgemerkt.
In de jaren negentig en begin 2000 werd mijn muziek gespeeld door o.m. het Arriagakwartet, Philippe Thuriot, Jenny Spanoghe, Françoise Vanhecke en het Ebonykwartet dat mijn klarinettenkwartet ging spelen tot in Ulaan Bator, Mongolië. Arco Baleno regelde in die dagen meermaals een compositieopdracht, onder meer voor symfonisch kamerorkest. Dat het stuk Kameleon ging heten, stond met mijn lappendeken van een muzikaal parcours in de sterren geschreven en groot was mijn vreugde toen het opgepikt werd door de Russische dirigent Yuri Serov die het in 2004 uitvoerde in Het Componistenhuis van Sint-Petersburg (2004) met zijn Filharmonisch Orkest. De residentie zal mij mijn leven lang bijblijven; ik logeerde er in de kamers waar ooit o.a. Tsjaikovsky, Moessorgski en Stravinski verbleven.
Het was ook in deze tijd dat VRT Radio 3 (later KLARA) mijn muziek op de nationale radio liet horen en bijvoorbeeld Isolectio voor fluit en strijkkwart uitbracht op een eigen cd-label. Naast Radio 3 brachten ook de labels Codaex en Phaedra kamermuziek uit op cd. Mijn partituren verschenen bij Golden River Music, Lantro Musie en Ypress.
De Provincie West-Vlaanderen kende mij de Compositieprijs (2003) toe in en SABAM reikte mij de Prijs van de Belgische Artistieke Promotie voor kamermuziek uit in 2000.

Vanaf 2006 legde ik me toe op muziek voor een ruimer publiek: met Le Vélo Vert toerde ik als zanger/toetsenist door Vlaanderen en bracht in zeven jaar tijd een zestal singles met Nederlandstalige kleinkunst/pop die ruim airplay kregen op VRT Radio 1 en Radio 2. Le Vélo Vert realiseerde drie cd’s bij het label Parsifal, waarvan twee nog steeds verkrijgbaar.
Sinds 2009 schrijf ik in opdracht voor Uitgeverij Averbode jaarlijks een dertigtal educatieve liedjes voor kinderen, waarvoor ik ook opname en het inzingen voor mijn rekening neem in samenwerking met studiotechnieker en begenadigd muzikant Fernand Bernauw. Ook de uitgeverijen Die Keure en Zwijsen klopten aan met dergelijke opdrachten.

In 2012 richtte ik WXII op, een samenwerking met soundwizzard Peter Paelinck en fotograaf Luc Vanhoucke. WXII evolueerde algauw tot een etnisch-experimenteel soundscape-project als een permanente muzikale ode aan de Westhoek.

Vanaf 2014 bedacht ik rond mijn grote liefde, het accordeon, Boomn Van De Weireld: een bom van een bezetting die teksten met universele thema’s koppelt aan eigen muziek met blazers, drums & accordeon en op menig festival te gast was: Labadoux, Paulusfeesten, het internationale Airbagfestival Brugge en tweemaal op een groot podium van Dranouter Festival.
 
Het verhaal van de muziek in mijn leven is een eigen leven gaan leiden. Een roman op muziek. Ach, kijk, een opera schreef ik nog niet. Er is nog werk aan de winkel ;-)
 
Verder op deze website kan je mijn mijn partituren ontdekken voor hedendaags klassiek, projecten rond kleinkunst, experimentele muziek, theatermuziek en kinderliedjes, evenals de muziekgroepen waarin ik zing en muziek speel.

Theatermaker

 
Soms denk ik dat de oorsprong van mijn theaterintuïtie dateert uit de jaren dat ik in de vroege jaren zeventig misdienaar was. Een belletje, lapje, wierook, De automatismen van timing, podiumpositie, belichting en routine zijn nog steeds zo ingeslepen dat ze je ze instinctief kan noemen.

In de jeugdbeweging en lerarenopleiding waren vertellen, uitbeelden, mime en poppenspel – later figurentheater genoemd – dan ook mijn eten en drinken.

In 1993 krijg ik – als muzikant – de vraag om mee te werken aan de muziek en bruitages bij een grote theaterproductie onder regie van Anton Cogen. De eerste tien jaar van onze samenwerking brengt Anton zowat jaarlijks een nieuwe productie uit waarin ik als musicus/soundscapemaker fungeer in een spelende rol. Voorstellingen vinden hun weg naar het Fakkeltheater, de Werf Brugge, culturele centra en theaterfestivals.

In het verlengde hiervan komen er ook samenwerkingen met o.a. Leen Persijn, Geert Van Istendael, Patrick Bernauw en een kameropera waarvoor ik de complete partituur mag componeren, een heerlijke samenwerking met de veel te jong gestorven Wim Dewulf (1956-1916).

Gaandeweg krijg ik, naast de muzikale eindregie en het musiceren op scène ook een acterende rol, een combinatie van vaardigheden die een hoogtepunt kent in de vraag van Stage Entertainment Nederland en Music Hall Vlaanderen om in 2015 mee te werken aan het muziektheaterfenomeen War Horse. Daarin mag ik de dragende rol van mijn leven spelen als verteller/zanger en accordeonist naast o.m. Els De Schepper, Mark Tijsmans en Kobe Van Herwegen.

Intussen was ik ook zelf aan de slag als theatermaker, onder meer vanuit mijn liedjesboeken voor kinderen of met de Balcompagnie, waarin ik, samen met Harlinde Keymolen, sinds 2006 toer in scholen, culturele centra en op festivals. Ik kreeg de kans om theater te maken in opdracht en op vraag van vele partners zoals het Ministerie van Leefmilieu en Omgeving. Met oog op deze productie ontstaat Trimuztache: samen met entertainer Steef Coorevits en Vlaanderens laatste mime-grootheid Carlos Decoene aka Carloconi kreeg ik tussen 2006 en heden driemaal opdracht van de Vlaamse Gemeenschap om muziektheater te schrijven en op te voeren in gans Vlaanderen.

Waar ik ooit, als misdienaar, theater in volledige zwijgzaamheid moest beleven, kan ik intussen al jaren zondigen in mijn hoedanigheid van verteller. Theater is vertellen, en het vertellen op zich is ook theater, zoals ik het mocht ontwikkelen tijdens de jarenlange samenwerking met Muziekcentrum Dranouter (sinds 2003) die nog steeds resulteert in het geregeld schrijven van verhalen en het vertellen ervan. Met een streep accordeonmuziek erbij. Met op gezette tijden een borrel. Timing. Routine. Rook. Een acteur is misdienaar telkens hij weer zijn voorstelling opvoert als een hoogmis.

In het verlengde van mijn werk als verteller word ik geregeld gevraagd voor voice-overopdrachten. Een fijn voorbeeld daarvan betreft trouwens mijn grote liefde, de Westhoek, in opdracht van Toerisme Westhoek: Logeren als God naast Frankrijk

Ook het medium podcast sluit hier zo naadloos bij aan, dat verschillende opdrachtgevers ook hiervoor al aanklopten. Een luchtig voorbeeld vind je hier.

Schrijver

 
In de lagere school was het opstel mijn favoriete activiteit. In die tijd viel er op creatief vlak niet veel meer te beleven. Hoewel. Voordracht vond ik ook heerlijk: dan mocht je op de trede gaan staan om een – veelal door de meester voorgekauwd – gedicht te declameren, bij voorkeur op meesters wijze, of je kon het wel schudden, wat punten betreft. We zongen ook, herinner ik me. Dan stond de hele klas vooraan op de trede, van groot naar klein. Over Blauwvoeten en Storm Op Zee. Maar opstellen maken deed ik het liefst. En lezen. Lezen en schrijven haalden me tijdelijk weg uit de wereld en maakten die tegelijk concreet en bevattelijk. Bij het lezen gloeiden mijn wangen en oren als een kooltje, dat maar hoefde aangeblazen te worden om helemaal te ontbranden in de fantasie. Door het woord kwam mijn verbeelding tot leven.

Wat later was het de middelbare schoolkrant waarin ik mijn ei kwijt kon, al werden mijn bijdragen meestal naar de prullenbak gecensureerd door de zeer katholieke directie van het toen zeer katholieke Sint-Stanislascollege. Tja. Dat tijdschrift was zowat de HUMO van ons eigen. En dat was er, zoals de echte HUMO, soms wel over. Wààrover? Dààrover!
Misschien had ik toen al een lichte voorkeur voor het bizarre, het groteskte, gechargeerde en geëxalteerde hyperbolen.

Na het studentenleven en eenmaal aan de slag, kwamen vooral muziek en theater op de voorgrond, al schreef ik jarenlang tekst in functie van liedjes, dialogen, scenario’s en pociumacts.

In 2015 schreef ik de novelle Winterwijn. Het is een reeks verhalen geworden die, rond een enkel thema cirkelend, een geheel vormen. Als een schijnbaar lappendeken van natte bossen, droge velden en een stuk stuifheide dat, eenmaal vanuit de lucht gezien, een samenhangend landschap vormt. Bij het schrijven ervan kreeg ik de smaak in proza weer te pakken. Ik besefte dat mijn schrijfdrift na al die jaren niet verminderd was, maar sluimerend was blijven groeien. Misschien ook wel omdat, met het in de verte gloren van mijn oude dag, de zin om zaken in zinnen vast te zetten op het voorplan kwam. Ik zette mij permanent en vaak voor langere tijd aan het schrijven: toneel, verhalen, een libretto en intussen rijpte de roman NABEELD (2018). Uitgeverij Bibliodroom van Johan Vergote en Uitgeverij Houtekiet begonnen mijn werk uit te geven. Indlikse Toeren (2019) was dan weer een ode aan mijn Westhoek in de vorm van een verhalenbundel, en wat later verscheen de roman ROOK! (2021). Het gloeiende kooltje uit mijn jeugd is een gestaag brandend vuurtje geworden.